connie palmen

Waltzing Mathilda

Dagblad de Limburger 

Sommige liedjes zing je maar één keer. Zo’n optreden kost relatief veel voorbereiding. Dan moet het wel de moeite waard zijn.

Vorige maand belde Connie Palmen’s beste vriendin of ik, als verrassing, op haar boekpresentatie een lied van Tom Waits wilde zingen. Kijk, Connie had onze laatste Cd gepresenteerd, dus ik wilde graag wat terugdoen. Toch was ik huiverig. Vaak denken mensen namelijk dat één liedje spelen een makkie is. Nou, voor mij niet. Bij dat éne nummer moet namelijk meteen alles kloppen. Als het fout gaat kun je niets meer corrigeren. Bovendien was dit optreden in een zaaltje bij haar Amsterdamse uitgeverij, waar géén geluidsapparatuur was. Met Syb van der Ploeg durf ik echter overal te spelen dus vroeg ik hem erbij. Syb kon niet. Dat heb ik dan weer!

Het lied was wel mooi: Tom Taubert’s Blues waarin het refrein is geleend van Waltzing Mathilda. Connie had dit nummer tijdens het schrijven héél vaak gedraaid omdat de hoofdpersoon uit haar boek ook Waltzing Mathilda zong. Nog steeds durfde ik niets te beloven, maar toch ik ging oefenen. Mijn vrouw stelde voor er een Limburgs couplet bij te schrijven. Ook daar was ik huiverig voor. Maar twee weken van tevoren kwamen deze zinnen:

As geine wits doe det nieks zal blieve / Toch bös dich weer gaon sjrieve/ Emes mót ’t vertèlle, dit verhaol.

Doe zaes ’t / En ich laes ’t / Veur hie allemaol.

Toen durfde ik. Maar het bleef spannend. Een beetje verloren stond ik van tevoren in te zingen, verstopt in een kantoor. De Vlaamse schrijver Tom Lanoye hield een lieve, humoristische toespraak en leidde mij mooi in. Connie’s reactie op het lied maakte het voor mij gelukkig helemaal de moeite waard.


 

0 Comments

Leave a comment

>