Mijn naam

Concertgebouw

Dagblad de Limburger 23-4-2016

Vorige week speelde ik twee dagen in Het Amsterdamse Concertgebouw. Eén avond stond ik er zelfs met de Wiener Philharmoniker onder leiding van niemand minder dan Gustavo Dudamel. Zo! Weliswaar speelden zij in de grote zaal en wij in de kleine, maar het waren twee fantastische optredens. Ik was gast van Frits Spits, die op zijn beurt weer uitgenodigd was vanwege het boek ‘De standaards van Spits’. In dit lijvige werk beschrijft hij 90 van de mooiste Nederlandstalige liedjes. Om daarin te staan met Blaosmuziek was al een eer, maar toen belde hij ook nog voor deze concerten.

Frits had het goed voor elkaar. De begeleidingsband was géwéldig: Luc de Bruin van Alderliefste drumde en Phaedra Kwant baste. (Zij speelde afgelopen week trouwens, samen met de zeer getalenteerde Heerlense muzikant Emil Szarkowicz, ook even met de 3J’s in Dubai.) Nick Bult, begeleider van o.a. Boudewijn de Groot, deed de toetsen en Rob Winter, de krullenbol die jarenlang met Marco én Guus werkte, speelde gitaar. Ellen ten Damme en Martin van der Starre zongen. Wat een stemmen!

Muzikaal klopte het. Frits had bovendien als regisseur Frank Lammers ingehuurd. Goede zet! Frank is de acteur, die zowel Michiel de Ruyter speelde als ook de Jumbo-reclames doet. Hij overlaadde ons niet met aanwijzingen, maar wát hij zei sneed steeds hout.

Eén keer eerder was ik in het Concertgebouw. Namelijk op 1 april 1969. Serieus! Als vijftienjarigen waren we toen vanuit Roermond naar Amsterdam gelift om er Janis Joplin te zien.

En nu, 47 jaar later, was ik beretrots om in die tempel met mijn eigen lied te staan. Weet u wat me raakte? Toen ik de eerste keer, toch wel gespannen, door de artiesteningang daar naar binnen liep zei de portier: ‘Goedemiddag mijnheer Reinders.’


 

0 Comments

Leave a comment

>